20 t/m 29 september #NSW2019 | Onderdeel van de Europese Week van de Sport

sportambassadeur Jeugdfonds Sport & Cultuur: Shanice van de Sanden

In een notendop
Ik ben Shanice van de Sanden. Aanvalster bij het Nederlands vrouwen voetbalelftal en Olympique Lyon.

Sport
Ik ben profvoetballer en in 2017 werden we met de oranje leeuwinnen Europees kampioen en het afgelopen WK vrouwenvoetbal 2de.

Je bent ambassadeur van het Jeugdfonds Sport & Cultuur. Hoe belangrijk is het om te sporten als je jong bent?
Kinderen moeten zichzelf als mens kunnen ontwikkelen. Dat is heel belangrijk. En daarom moeten ze de mogelijkheid hebben om te kunnen sporten. Ook als hun ouders elk dubbeltje moeten omdraaien en er geen geld is om de kinderen te laten sporten. Ik herken me in deze doelgroep en heb gelukkig hele lieve mensen ontmoet die me hebben geholpen. Want je kan het echt niet allemaal alleen, je hebt hulp nodig. Al die goede mensen hebben me sterker gemaakt, en dat is allemaal dankzij mijn sport. Dat gun ik elk kind. Lees meer over haar ambassadeurschap

Wat doet sport met je? 
Gewoon tegen een bal aantrappen kan me al zo gelukkig maken. Je hoeft er niet eens iets bij te zeggen. In sport begrijpt iedereen je waarbij het niet uitmaakt of je jong, oud, dik, blank of donker bent. Je leert verliezen, en hoe je daar mee om moet gaan. Je leert sámen verliezen, hoe je samen kan winnen, hoe je een doel bereikt. Dat is allemaal zo waardevol want als ik op het voetbalveld sta, ben ik gelukkig. Nog steeds, elke dag.

 Hoe ben je begonnen met sport?
Onze buurman heeft me opgegeven bij VVIJ, een voetbalclub in IJsselstein. Vanaf de eerste training vond ik het leuk. Ik weet niet waarom. De club was meer dan alleen voetbal, we bleven na de training hangen, het was heel gezellig. Ik leerde andere mensen kennen, maakte snel nieuwe vrienden. Met het voetbal ging het ook snel. Binnen een paar jaar werd ik geselecteerd voor Oranje onder zeventien jaar, en speelde ik bij clubs als FC Utrecht, SC Heerenveen en FC Twente. Mijn belangrijkste kracht was mijn snelheid, dat ik iedereen er uit kon lopen en goede voorzetten kon geven. Ik heb heel hard moeten werken om echt een betere voetbalster te worden. En dat doe ik nog steeds, elke dag, elke training weer.